De slider is niet ingesteld bij de opties. Stel deze nu in

Leidinggeven aan de Omgevingswet

Alle regels en wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving gaan gebundeld worden in één Omgevingswet. De doelstelling is om de efficiëntie en samenlevingsgerichtheid in het publieke domein te vergroten. Ambtenaren krijgen aan de voorkant meer mandaat en regelruimte en kunnen zo nóg beter inspelen op de klantvraag. Dit maakt de Omgevingswet niet alleen een systeeminterventie, maar juist ook een gedragsinterventie. Hier ligt een belangrijke opdracht  voor het leiderschap!

 

De Omgevingswet

De omgevingswet is een bundeling van 26 wetten op het gebied van onze fysieke leefomgeving. Hierin zijn regels op het gebied van onder andere milieu, gezondheid en veiligheid samengebracht. De Omgevingswet heeft als doel om meer eenheid, eenvoud en overzicht te creëren in deze complexiteit van wet- en regelgeving. Eén systeem waar initiatiefnemers (burgers, bedrijven, maar ook overheden) alle benodigde informatie in terug kunnen vinden. Het resultaat is een kortere looptijd van een omgeving gerelateerde aanvraag en één loket waar je met al je vragen terecht kunt. Daarnaast geeft de Omgevingswet meer speelruimte aan ambtenaren om duiding en interpretatie te geven aan open normen binnen de regelgeving. Samen met de initiatiefnemer wordt er bekeken wat er binnen de kaders in de omgeving mogelijk is in plaats van dat er geredeneerd wordt vanuit wat er niet mag. Dit maakt de omgevingswet niet alleen een systeem interventie, maar juist ook een gedragsinterventie.

Een voorbeeld uit de praktijk

Er zijn veel regels en verschillende instanties betrokken bij de indeling van onze fysieke leefomgeving. Hierdoor komen initiatieven van burgers, bedrijven en andere investeerders, maar ook aan de overheid gelieerde organisaties soms moeilijk van de grond. Neem bijvoorbeeld een lokale horeca ondernemer die een restaurant wil beginnen in een leegstaand fabriekspand. De gemeente vindt het een goed plan omdat dit de mensenmassa meer uit het stadscentrum trekt én het probleem van het leegstaande fabriekspand oplost. Een win-win situatie. Deze ogenschijnlijk simpele aanvraag kan op dit moment echter een behoorlijke tijd duren. Verschillende afdelingen en overheden moeten deze aanvraag controleren. Vervolgens bestaat er de kans dat de aanvraag uiteindelijk door de laatste partij wordt afgewezen en dat er dus geen vergunning wordt verleend. Gelukkig is er al veel ten goede veranderd op dit vlak en gaat de omgevingswet zorgen voor nog meer efficiëntie, flexibiliteit en samenlevingsgerichtheid.

De ambtenaar aan het stuur

Door de Omgevingswet verandert de rol van de ambtenaar. Zij zien niet alleen meer toe op de wet- en regelgeving, maar gaan de dialoog aan met initiatiefnemers om invulling te geven aan de open normen. Er wordt een omslag gemaakt van uitvoeringsfabriek, naar een partij die meedenkt aan de voorkant van het proces. Volgens Ronald Visser, directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, moet de ambtenaar van de toekomst kunnen schakelen tussen de rollen van toezichthouder, vergunningverlener en adviseur. Dit vraagt om meer flexibiliteit en samenlevingsgerichtheid van de ambtenaren. Zij moeten de vraag van de initiatiefnemer centraal zetten en als sparringpartner fungeren om in samenwerking tot passende oplossingen te komen die ook recht doen aan de belangen van de omgeving. Dit vraagt om lef, vrijheid en zelfsturend vermogen.

Leidinggeven aan de omgevingswet

Deze cultuur -en gedragsverandering die gepaard gaat met de Omgevingswet vergt inspanning op alle lagen binnen de overheid. Alleen inspanning leveren op de structuur- en systeemelementen bij de implementatie van de omgevingswet zou een gemiste kans zijn of erger nog: de resultaten vallen tegen omdat het doel van de omgevingswet niet behaald wordt. Er is wel één systeem, maar de dialoog tussen de initiatiefnemer en de overheid wordt alsnog onvoldoende gevoerd. De medewerkers die aan de frontlinie werken moeten gefaciliteerd en gecoacht worden om aan deze nieuwe rolopvatting invulling te geven. Niet alle medewerkers zijn gewend om zelf aan het stuur te staan en een dialoog te voeren. In eerste instantie vraagt dit om impactvol en goed leiderschap. De paradox van de Omgevingswet. Om medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid en speelruimte en vrijheid van handelen te bieden, moeten leidinggevenden in het publieke domein juist steviger sturing geven. Dit vraagt goed ontwikkelde competenties op drie vlakken van leiders:

  1. Voorbeeldgedrag

Het zit in de menselijke natuur om naar anderen  te kijken en gedrag over te nemen. Met name diegenen die boven ons staan in de hiërarchie hebben een grote invloed op het gedrag dat er vertoont wordt. De leiders die sturing geven aan de implementatie van de omgevingswet moeten dus écht het goede voorbeeld geven. Het is funest als ambtenaren naar buiten toe alle vrijheid krijgen om in te spelen op de klantvragen en initiatieven, maar intern om iedere kleine beslissing goedkeuring moeten vragen. Het leiderschap moet kritisch naar zichzelf kijken hoe zij zich positioneert binnen de organisatie. Welke boodschap zend je uit? Welk gedrag vertoon je? Hoe gedraag ik mij in kritische situaties? Hoe zorg ik voor talentontwikkeling bij mijn medewerkers?

  1. Sturen op beslisruimte

Het leiderschap moet sturing geven om vrijheid te kunnen bieden. De stelregel is dat je als leider de criteria duidelijk overbrengt en dat de medewerkers binnen die criteria de vrijheid krijgen om met oplossingen te komen of naar resultaat toe te werken. Dit houdt in dat het leiderschap verantwoordelijk is voor het aanleveren van een duidelijke probleemstelling, een doel en de randvoorwaarden waar de oplossing aan moet voldoen. Dit bevordert het  probleemoplossende vermogen van je medewerkers. Tegelijkertijd moet je als leider oog blijven houden voor je medewerkers. Waarbij het voorbeeldgedrag gaat over jezelf kennen, gaat het hier over het kennen van je medewerkers. Pas als je weet wat de ontwikkelbehoeftes zijn, wie er meer sturing of juist meer ruimte nodig heeft, kan je effectief sturen op ieders beslisruimte.

Ruimte creëren voor medewerkers betekent ook: de verschillende stakeholders in het publieke domein coachen op ieders rol. Bestuurders hebben soms de neiging om vanuit  controlebehoefte (bijvoorbeeld onder druk van  de gemeenteraad) te micro-managen. Leidinggevenden moeten deze druk afvangen, zodat medewerkers echt in hun rol van toezichthouder, vergunningverlener en adviseur komen te staan, en niet alleen in de rol van uitvoerder.

  1. Coachend leiderschap

Zonder sturing op persoonlijke en professionele ontwikkeling zijn uiteraard niet alle medewerkers snel genoeg in staat om het gedrag te vertonen dat gevraagd wordt. Meer flexibiliteit, nieuwe vormen van communiceren en een volledig veranderde klantrol. Leiders moeten dus meer dan ooit primair bezig zijn met het ontwikkelen van hun teamleden, in het vertrouwen dat dan de resultaten zullen komen, in plaats van andersom!

Terug naar overzicht


© 2016 Lagerweij. Alle rechten voorbehouden. NIP-geregistreerd | Disclaimer | Privacy statement | Algemene voorwaarden | Contact | Ontwerp: koeweidenpostma| Realisatie: Webton